Made in China – een zin die we dagelijks zien op kleding en gebruiksvoorwerpen, vaak met een negatieve associatie. Maar achter elk 'Made in' schuilt een verhaal van materialen, technieken, tradities en keuzes. In het Wereldmuseum Rotterdam was tot voor kort de tentoonstelling ‘Made in China’ te zien die juist die verhalen blootlegt. Voorbij het zichtbare product, terug naar de essentie van het maken en de maakcultuur zelf. Wat betekent het om iets te maken en welke culturele waarden liggen besloten in de maker, het gemaakte en de context waarin het gemaakt is? Wat leren we over het gemaakte door goed waar te nemen?
Waardering voor vakmanschap
Vakmanschap daagt leerlingen en makers uit om te kijken, te voelen, te maken en te reflecteren. Wat maken we? Hoe is iets gemaakt? Waarom op die manier? Welke materialen zijn gebruikt, en waarom? Wat betekent het gemaakte, in onze diverse, steeds veranderende stad? En wat leren we door het maken? In een stad als Rotterdam, waar diversiteit en maakcultuur samenkomen, is het essentieel dat leerlingen niet alleen kunst beleven, maar ook leren begrijpen, om te kunnen maken.
Binnen cultuuronderwijs biedt vakmanschap een krachtige ingang om kunst en cultuur te benaderen: niet als iets dat buiten ons (ont)staat, maar als iets dat ons raakt via onze handen, onze ogen en onze keuzes. In Rotterdam, waar mensen uit alle delen van de wereld samenleven, brengt vakmanschap ons in contact met die diepere lagen van cultuur en creativiteit. Het stelt ons in staat om niet alleen kunst en objecten te maken, maar ook om elkaars verhalen en perspectieven te begrijpen via het proces van maken.
Vakmanschap: Kennis, vaardigheid en houding
Vakmanschap gaat verder dan ‘technisch kunnen’. Het gaat om het verwerven van kennis, vaardigheid en houding, zoals pedagoog Gert Biesta omschrijft in zijn drieslag. Door het stellen van vragen als Wat is het materiaal? Wat geeft het materiaal je terug? en Hoe kan je ermee omgaan? maken leerlingen een zintuiglijke, bewuste ontwikkeling binnen kunst, het maken en de wereld om hen heen. Bij het verwerven van kennis blijft altijd het maken en doen centraal staan. De directe ervaring is de route om iets nieuws tot je te nemen.
We zien de drie termen van Biesta als volgt binnen deze ontwikkeling:
-
Kennis: begrijpen van materialen, technieken en culturele contexten.
-
Vaardigheid: oefenen en experimenteren met zintuigelijke waarneming, vorm, techniek en materialiteit.
-
Houding: nieuwsgierigheid, reflectie en doorzettingsvermogen richting het gemaakte.
Materialiteit
Als we kennis, vaardigheid en houding ten opzichte van het gemaakte willen bevorderen in de ontwikkeling, moeten we het ook hebben over materialiteit.
Materialiteit verwijst naar de eigenschap om te zijn, verband te houden met of te bestaan uit een materiaal. Het omvat het gebruik van 'materialen' bij het maken, vormen of creëren van iets. Het concept van materialiteit houdt in dat als we de materie waaruit een kunstwerk is gemaakt veranderen, we onvermijdelijk ook de betekenis (of boodschap) en de uitdrukking ervan veranderen.
Materialiteit is niet altijd neutraal. Onze culturele achtergrond beïnvloedt hoe wij materialen kiezen, gebruiken en ervaren. Een Japanse benadering kan bijvoorbeeld subtiliteit en eenvoud in materiaalgebruik benadrukken, terwijl een Rotterdamse straatcultuur juist rauwheid en improvisatie omarmt.
Vakmanschap biedt daarom ook ruimte voor de culturele wederkerige dialoog: hoe verschilt onze blik op het gemaakte door wie wij zijn en waar we vandaan komen?
Installation view, Cercle d’Art des Travailleurs de Plantation Congolaise, SculptureCenter, New York, 2017. Photo: Joshua Bright for The New York Times
De dialoog over het gemaakte
Vakmanschap binnen cultuuronderwijs draait niet alleen om het vormen van ‘de vakman, -vrouw of - persoon’, maar ook om het voeren van een dialoog over onszelf, onze omgeving en ons samenleving via het gemaakte.
Kunstwerken – of ze nu ontstaan uit textiel, hout, klei of digitale media – bestaan uit materialen die door de maker zijn gekozen met een reden, zoals Renzo Martens bijvoorbeeld specifiek voor het materiaal cacao kiest vanwege de culturele achtergrond en context.
Om het gekozen materiaal te leren koppelen aan eigen context kunnen we onder ander de volgende vragen stellen: Wat doet dit materiaal met mij? Wat zegt deze vorm over mijn cultuur en die van een ander?
Deze benadering draagt bij aan de vraag: hoe zorgen we ervoor dat we niet oordelen vanuit één perspectief, maar leren we zien dat er meerdere manieren zijn om materiaal, vorm en betekenis te begrijpen?
In deze dialogische benadering:
- Ontwikkelen leerlingen hun onderscheidingsvermogen: niet alleen wat is mooi of lelijk, ook waarom dat oordeel ontstaat.
- Worden ze gestimuleerd tot cultureel sensitieve reflectie: kunst leren zien als een proces dat verweven is met culturele verhalen en ervaringen.
- Wordt burgerschap verweven met maken: samen verkennen hoe cultuur, ambacht en materialiteit onze gedeelde leefomgeving vormgeven.
Vakmanschap en de stad
Vakmanschap in Rotterdam betekent dus ook: leren werken in een stedelijke realiteit waar veel culturele invloeden samenkomen. In elk onderwijsniveau, maar voornamelijk binnen vmbo en mbo, waar de focus op de praktijk ligt, biedt vakmanschap leerlingen de ruimte om:
-
Zichzelf cultureel én professioneel te ontwikkelen.
-
Bewust te worden van de invloed van cultuur op materialen, technieken en waarderingen.
-
Bruggen te bouwen tussen verschillende culturele perspectieven door middel van maken, meemaken en reflecteren.
Vakmanschap leert ons dat materialen en het gemaakte niet neutraal zijn: ze dragen geschiedenis, identiteit en verhalen in zich.
Bronnen
- Campagnebeelden: Communicatiebureau Het Stormt
- Meerjarenbeleidsplan 2025–2028, KCR (2024)
- Publiek Jaarverslag 2023, KCR (2024)
- Projectplan Cultuureducatie met Kwaliteit 4 (KunstPakt), KCR (2024)
- Materiaal: onzichtbaar, tastbaar en levend, Kunstzone (04 2024)
- The Materiality of Art, Regina de Con Cossío
- Tentoonstelling Made in China, Wereld Museum Rotterdam
- Kleinood, Wienk, J. (2025)