Wat is de impact van cultuuronderwijs in het gespecialiseerd onderwijs (go)? En hoe kan je ermee aan de slag? In dit artikel vertellen we je alles over cultuur in het go.
Foto bovenaan: Aad Hoogendoorn.
[alt. tekst.: vijf basisschoolleerlingen kijken door een raam naar een museumdepot terwijl de museumdocent lesgeeft]
Cultuuronderwijs is van grote waarde binnen het gespecialiseerd onderwijs. Toch blijft het van belang om te onderzoeken waar die waarde in zit. Ook signaleren we dat er zowel bij culturele instellingen als bij scholen terughoudendheid ontstaat wanneer de wil om samen te werken wel aanwezig is, maar de kennis en ervaring ontbreken. Wat vragen de verschillende groepen leerlingen van jou als culturele aanbieder? En hoe stem jij als school je specifieke vraag af met de kunstvakdocent?
Dit artikel is gerecht op beide doelgroepen: zowel de culturele aanbieders als de scholen in het go. Op deze pagina helpen we je op weg. We laten zien hoe cultuuronderwijs impact maakt binnen het go, gidsen je door de inrichting van het go in Rotterdam, laten aan de hand van de praktijk zien hoe samenwerkingen tot stand komen en wat voor impact ze hebben, en bieden de juiste tools om zelf aan de slag te gaan.
Uiteraard is er een enorme breedte in verschillende behoeftes en mogelijkheden bij leerlingen in het go. Dit artikel poogt een overstijgend beeld te bieden.
Illustratie: Marieloe Verhoeven
De kracht van cultuur in het go
In de afgelopen KunstPakt-periode werkte Mytylschool de Brug, een openbare school voor leerlingen met een fysieke beperking, soms een bijkomende verstandelijke beperking en/of een langdurige ziekte, samen met Jeugdtheater Hofplein aan een theaterleergang. De leerlingen kregen een reeks toneellessen, werden meegenomen in wat er achter de schermen komt kijken bij een theater en gingen naar een vertoning van de voorstelling ‘De drie musketieners’.
Leerling Mik ontdekte hier hoe leuk hij het vindt om in de huid van een personage te kruipen, en steeds iemand anders te kunnen spelen. Bezig zijn met theater geeft hem een fijn gevoel in zijn buik. Luister zijn fragment uit de podcast Burgerschap door Cultuuronderwijs, een samenwerking tussen KCR en Stichting NIVOZ.
In de theaterlessen werd er ook geoefend met het aangeven van grenzen: een belangrijke vaardigheid voor leerlingen die gewend zijn om al hun hele leven op anderen te moeten rekenen voor zorg.
Leerling Elynn vertelt dat ze heeft geleerd beter stop te zeggen.
De verhalen van Mik en Elynn laten zien dat cultuuronderwijs binnen het go bevorderlijk kan zijn voor het verbeeldingsvermogen en de autonomie van de leerling. KCR-onderzoek naar de impact van meerjarige cultuuronderwijsprojecten op go-scholen in Rotterdam wijst ook naar andere positieve uitkomsten, op leerling- en organisatieniveau. Denk bijvoorbeeld aan:
-
Emotieregulatie en prikkelmanagement. Kunstinterventies werken als reset: de spanning in de groep zakt, incidenten nemen af en taakgerichtheid en rust nemen toe.
-
Zelfvertrouwen en podiumdurf. Herhaalde podiummomenten en ‘eerste-keer-ervaringen’ (solo/rap/dans) versterken het zelfbeeld, de stem en sociale participatie – zichtbaar op school én thuis.
-
Talentontwikkeling. Doorlopende kunstactiviteiten maken verborgen talenten zichtbaar; leerlingen pakken verschillende rollen op en ervaren groei in ambachtstrots en motivatie.
-
Taal- en communicatiegroei. Ritme, zang, muziek en drama bieden alternatieve ingangen; spreekdrempel daalt, woordenschat groeit, ook bij leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) of een andere vorm van neurodivergentie.
-
Transfer naar curriculum en teamprofessionalisering. Routines, zoals time-outs, adem- en ritme routines, en werkvormen landen ook in vaklessen; co-teaching en meekijken versnellen het handelingsrepertoire van schoolteams.
-
Ouderbetrokkenheid en community. Open lessen en presentaties vergroten ouderopkomst en thuisgesprek; cultuuronderwijs fungeert als schakel in een breder netwerk van school-thuis-partners.
Structurele impact
In het beste geval is de impact op leerlingen structureel, en doorlopend in hun (school-)loopbaan, of rijkt die ook tot de participatie buiten de schoolomgeving, in de brede samenleving. Een krachtig voorbeeld hiervan is het werk van Stichting Com In Beeld, een organisatie die zich, in samenwerking met Stichting BOOR en Grafisch Lyceum Rotterdam, richt op audiovisueel onderwijs voor leerlingen met een communicatieve uitdaging. De stichting heeft als doel het vergroten van de zelfregie en maatschappelijke participatie van deze leerlingen. De doorlopende leerlijn staat hierin centraal. Leerlingen krijgen de kans om in het speciaal (basis-)onderwijs aan de slag te gaan, hun vaardigheden te ontwikkelen en bij de stichting actief te blijven. Zo kunnen ze vervolgens later vanuit het voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs zelf hun skills over brengen aan de volgende generatie leerlingen.
Met het oog op inclusief onderwijs richt de leerlijn zich ook op instroom op het Grafisch Lyceum (vo en mbo) en de Willem de Kooning Academie (hbo). Verder weten jongeren de thuisbasis van de stichting juist buitenschools ook te vinden, én maken ze ook professionele producties voor externe opdrachtgevers. Zo kan laagdrempelig cultureel aanbod op een jonge leeftijd uiteindelijk leiden tot een grote stap in de maatschappelijke participatie van leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs.
Hoe is het go in Rotterdam ingericht?
Het gespecialiseerd onderwijs is ingedeeld in drie onderwijsvormen (speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs), waarvan de laatste twee ook weer zijn opgedeeld in vier clusters. We hebben overzichtelijk gemaakt hoe deze verdeling in elkaar steekt, en wat de bijbehorende leerlingaantallen zijn.
In de praktijk wordt de term speciaal onderwijs nog vaak als koepelterm gebruikt voor alle vormen van gespecialiseerd onderwijs. Wij kiezen voor de term gespecialiseerd onderwijs als koepelterm. Dit doen we omdat de term speciaal onderwijs (so) een vorm binnen gespecialiseerd onderwijs is en daarmee geen dekkende term is.
Taalgebruik is van enorm belang omtrent het gespecialiseerd onderwijs. De leerlingpopulatie van het gespecialiseerd onderwijs is een groep die sociaalmaatschappelijk nog vaak tegen stigmatisering en discriminatie aanloopt. Hierdoor is inclusief taalgebruik gericht op de autonomie en emancipatie van deze leerlingen essentieel. Een aantal bronnen die je hiermee kunnen helpen in jouw onderwijspraktijk zijn de ‘Inclusive Teaching Toolbox’ van de Universiteit Utrecht (gericht op het hoger onderwijs, maar ook toepasbaar daarbuiten), de taalgids van het Landelijk Aktiecommitee Scholieren of de website van ‘Inclusive Education in Action’, een samenwerkingsverband van de European Agency for Special Needs and Inclusive Education en UNESCO.
In dit artikel gebruiken we, waar mogelijk, termen als ‘neurodivers’ en ‘uitdaging’ in plaats van ‘beperking’ of ‘stoornis’, omdat deze als stigmatiserend kunnen worden ervaren. In bovenstaand overzicht nemen we welk enkele termen over, omdat deze clusters landelijk bepaald zijn door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Didactische werkwijze voor cultuuronderwijs in het go
Om in het gespecialiseerd onderwijs goed aan te sluiten bij de grote diversiteit aan behoeften van leerlingen, werkt cultuuronderwijs het sterkst wanneer het flexibel, relationeel en zintuiglijk rijk wordt ingericht. Er is niet één ‘beste’ aanpak; succesvolle kunst- en cultuurprogramma’s combineren doorgaans maatwerk, voorspelbaarheid en ruimte voor eigen expressie.
Het meest belangrijk is de mindset van waaruit je cultuuronderwijs ontwikkelt of uitvoert. Daar zit vaak het grootste verschil tussen inclusief aanbod en werkelijk toegankelijk cultuuronderwijs. Te vaak wordt er nog gewerkt vanuit de vraag: ‘Kan deze leerling meedoen aan ons cultuurprogramma?’. In plaats daarvan kan je vragen: ‘Hoe ontwerp ik cultuuronderwijs waarin verschillende manieren van deelnemen vanzelfsprekend zijn?’.
We geven een aantal handreikingen hierbij:
-
Vertrek vanuit mogelijkheden in plaats van beperkingen: goed cultuuronderwijs begint niet bij het kunstproduct, maar bij de vraag: waar raakt deze leerling gemotiveerd van, en wat geeft hem/haar/hen veiligheid, autonomie en een succeservaring?
-
Werk multimodaal: zo kunnen leerlingen deelnemen via hun sterke kanten.
-
Bouw voorspelbaarheid én keuzevrijheid in: veel leerlingen hebben baat bij duidelijke structuur. Tegelijkertijd helpt keuzevrijheid om eigenaarschap te vergroten. Een combinatie van veiligheid en autonomie is cruciaal.
-
Differentieer zonder te stigmatiseren: in plaats van aparte opdrachten per ‘niveau’ te maken, werkt het soms beter om één rijke kunstactiviteit aan te bieden met meerdere instapmogelijkheden, zoals een verdeling tussen ritme, tekst en dans bij een muzikale activiteit.
-
Gebruik de kennis van het schoolteam en de begeleiders: deze onderwijs- en zorgprofessionals kennen vaak prikkelgevoeligheden, communicatievormen en andere leerlingspecifieke eigenschappen die van belang zijn in de les.
-
Zie regulatie als onderdeel van cultuuronderwijs: wanneer leerlingen de ruimte krijgen om te ontprikkelen en spanning te reguleren wordt creativiteit pas mogelijk. Zo kunnen artistieke processen zowel expressief als regulerend werken.
-
Waardeer proces boven eindproduct: een geslaagd cultuurmoment hoeft niet te eindigen in een perfect toonbaar resultaat.
-
Maak ruimte voor co-creatie: leerlingen uit het gespecialiseerd onderwijs worden nog te vaak benaderd als doelgroep in plaats van als mede-maker.
-
Investeer in duurzame relaties: eenmalige workshops leveren vaak minder op dan langdurige samenwerkingen tussen een culturele instelling en school, waarin er ruimte is voor groei in vertrouwen, herkenning en afstemming.
Twee keer inspiratie uit de praktijk
Om goed cultuuronderwijs mogelijk te maken voor deze doelgroep ligt een samenwerking met een culturele instelling voor de hand. Maar hoe zet je dat op, en waar moet je op letten? Wat vraagt een samenwerking in het gespecialiseerd onderwijs van scholen en culturele aanbieders? We lichten twee projecten uit: de Open Theatre aanpak van Maas Theater en Dans, uitgevoerd in samenwerking met SO De Archipel en SO De Piloot, en het muziekproject van Studio Tastic in samenwerking met Het Passer College BITS (Bijzonder Interventie Team Schoolgang). We bespreken vanuit welke behoefte de projecten tot stand kwamen, wat belangrijke randvoorwaarden waren voor een succesvolle samenwerking, wat er ontstond in de ontmoeting tussen de kunstvakdocent en de doelgroep, en wat de impact op de leerlingen zelf was.
Open Theatre met Maas Theater en Dans
In deze samenwerking hebben Maas Theater en Dans samen met De Piloot en De Archipel, beiden go-scholen voor leerlingen met onderwijsbelemmeringen en leerproblemen of vormen van neurodivergentie, onderzoek gedaan met een nieuwe theatermethode, Open Theatre. In deze methode gaan leerlingen, gegidst door twee theaterdocenten, in een kring aan de haal met alledaagse objecten in een theaterspel zonder einddoel. De methode is gericht op verbinding, verbeelding, inclusie en spel, en vanwege haar non-verbale karakter enorm geschikt voor het go, waar je leerlingen tegen kunt komen die zowel verbaal- als non-verbaal zich minder makkelijk uit weten te drukken.
Het is mooi om te zien hoe leerlingen met deze methode op hun eigen manier, en op hun eigen tempo, verbinding maken. Hoe ze echt uit hun schulp komen.
De behoefte die leidend was in het kiezen voor deze aanpak was de wens om nog beter aansluiting te vinden bij de leerlingendoelgroep, specifiek op een wijze die veilige kaders combineert met ruimte voor speelsheid en creativiteit. In de praktijk bleek dit goed te werken. De aanpak bracht een hoge mate van fluïditeit in het spel in de groep teweeg. Docenten spiegelden bewegingen van leerlingen, en andersom. Rekwisieten werden ingezet als objecten om door te geven of samen mee te dansen, of dienden als uitnodigingen om de verbeelding op los te laten. Hoeden werden taarten, een sjaal werd een picknickkleed.
In die verbeelding zit de kracht van de oefening. Wanneer deze verbeelding de ruimte krijgt, en speels wordt ingezet, zie je dat de bereidheid van leerlingen om mee te doen toeneemt. Hun houding verandert, de fantasie krijgt de vrije loop. Zo zag je bijvoorbeeld dat een stoere jongen, die normaliter muren om zich heen bouwt, bij deze methode ook bereikt werd, en overging op participatie. De tweede docent speelt mee, maar kan gelijktijdig ook de veiligheid waarborgen. Op de achtergrond zorgt die er namelijk voor dat leerlingen niet afhaken, dat de kaders van het spel in stand blijven, en dat de oefening niet stil komt te liggen.
Gesprekken vooraf zijn essentieel
De randvoorwaarden voor een succesvolle samenwerking zaten hier met name in de communicatie tussen Maas en de scholen, en daarmee de inbedding van lessen. Zowel de startbijeenkomst als de startgesprekken zijn van belang. Op de startbijeenkomst op school worden leerkrachten uitgenodigd om zelf een les te ervaren, zodat ze weten wat hun leerlingen straks zullen ervaren. Daarnaast biedt het startgesprek de mogelijkheid voor docenten en leerkrachten om te brainstormen rondom een thema, waarbij leerkrachten hun wensen kunnen aangeven en kunnen zoeken naar aansluiting met relevante thema’s voor de school. Zo staat de co-creatie tussen school en instelling centraal in dit project.
Zowel de vakdocenten als leerkrachten brengen eigen expertises de les in. Het is belangrijk om elkaar daarin te begrijpen. Het voeren van goede gesprekken van tevoren, eventueel met behulp van een flyer of andere ondersteunende tool of activiteit, is essentieel.
Deze flyer is ontwikkeld door Maas, in samenwerking met de A. Willeboerschool, school voor zeer moeilijk lerende kinderen. De flyer is bedoeld om te helpen met verwachtingsmanagement omtrent de omgang met een klas leerlingen. De leerkrachten van de school geven de vakdocenten van Maas mee waar zij op moeten letten in de omgang met hun leerlingen. De vakdocenten van Maas vertellen de leerkrachten van de school wat zij belangrijk vinden in de houding van de leerkrachten. Ze schrijven dit beiden vanuit het perspectief van de leerling, die zich als het ware tot de vakdocent of leerkracht richt.
Benieuwd naar deze aanpak?
In het najaar bieden wij cursussen aan over podiumkunsten in het go, waarvan de aanpak Open Theatre een onderdeel zal vormen. Bekijk het aanbod van de KCR Academie.
Storytelling met Studio Tastic bij Passer College BITS
Het muziekproject van Stefan Duran (Studio Tastic) bij het Passer College BITS is opgezet vanuit de behoefte om met leerlingen nieuwe manieren te onderzoeken om hun binnenwereld te uiten. Het Passer College BITS is een school die specifiek is gericht op leerlingen die al langere tijd thuis zitten en weer willen instromen in het (reguliere) vo. Vaak zijn dit neurodivergente leerlingen die bijvoorbeeld te maken hebben met angststoornissen of depressies. Sociaal-emotionele doelen staan in het hart van het onderwijs bij het BITS, en daarmee ook in de doelstelling van het cultuuronderwijs curriculum. De rap- en muzieklessen bieden leerlingen een creatieve en toegankelijke manier om hun verhaal te vertellen, en te werken aan hun expressievaardigheden.
Als resultaat was er te zien dat leerlingen zich eigenaar voelden van zowel het proces als het product. Ook was er een duidelijke groei te zien in de sociale integratie in de groep. Zo was er op een gegeven moment tijdens het project net een nieuwe leerling op school die nog moeite had met het vinden van sociale aansluiting in de klas. Dit speelt vaker op deze school, waar leerlingen die hebben thuisgezeten vaak angstig zijn om zich weer naar het schoolsysteem, en de sociale component hiervan, te voegen. Juist het meedoen aan deze lessenreeks, waarin de leerlingen worden uitgenodigd om echt samen, vanuit hun eigen eigenaarschap, te werken aan een product, heeft deze leerling geholpen zijn draai te vinden in de groep.
Ik vond het leuk om te doen, omdat ik nog niet eerder met zoveel mensen aan een nummer heb gewerkt. Muziek is voor mij echt een uitlaatklep.
Ook bij dit project was de zorgvuldige communicatie tussen school en aanbieder van groot belang. In deze groep zitten kwetsbaarheden: veel leerlingen ervaren school en nieuwe situaties als spannend, soms zelfs beangstigend. Het is van belang om het vertrouwen van leerlingen in het schoolgaan niet te beschadigen. Om hier zorgvuldig mee om te gaan was er sprake van intensief overleg tussen Iva de Voogd (onderwijsondersteuner bij BITS) en Stefan, waarbij er tips werden gedeeld over hoe hij als docent deze groep het beste kan begeleiden. Met name de flexibiliteit als docent werd aangekaart als prioriteit: het aanvoelen waar de groep aan van gaat, en juist daarop inspelen. Ook werd de ontmoeting tussen Stefan en de leerlingen zorgvuldig ingekaderd, door van tevoren al een kennismaking met alle klassen in te plannen, in de aanwezigheid van de mentoren.
Voor Stefan zelf was de match die hij voelde met deze groep leerlingen een belangrijke drijfveer en succesfactor. Hieruit groeide een ontmoeting en interactie geënt op gelijkwaardigheid, waarbij de co-creatie tussen docent en leerling centraal stond. Samen werkten ze stap voor stap toe naar een eindproduct. Dit werd expliciet ingericht op een toegankelijke manier, waarbij de participatie van alle leerlingen centraal stond. Zo was er ruimte om teksten te schrijven, beats te maken, muziek op te nemen of juist animaties bij de nummers te ontwikkelen.
Meer kennis? 
Impactonderzoek CmK3. De afgelopen jaren hebben wij meerdere samenwerkingen tussen Rotterdamse culturele instellingen en het gespecialiseerd onderwijs kunnen volgen en vastleggen. Om inzicht te krijgen in de impact van meerjarige samenwerkingen op de brede ontwikkeling van leerlingen hebben wij een impactonderzoek uitgevoerd, op basis van interviews met zes go scholen in Rotterdam. Het gehele onderzoek kun je hier lezen, met vanaf pagina 16 het hoofdstuk over het gespecialiseerd onderwijs.
De Argonauten. Het project De Argonauten betrof een samenwerking tussen Mytylschool de Brug en Wolfert Dalton, gericht op de ontmoeting en samenwerking tussen hun leerlingen uit het gespecialiseerd- en uit het regulier onderwijs, twee groepen die elkaar doorgaans te weinig tegenkomen. Onder begeleiding van filmmaker Jorick Buurstra en met behulp van Digital Playground en Museum Boijmans van Beuningen gebruikten leerlingen film en beeldende kunst om verhalen van uiteenlopende Rotterdammers uit te beelden. Projectleider Jorick en Wolfert-docent Henk van Doren vertellen in dit interview over de kracht van de ontmoeting tussen deze leerlingen.
Podcast Burgerschap door Cultuuronderwijs. In de podcast Burgerschap door Cultuuronderwijs van KCR en NIVOZ blikken drie scholen en drie culturele instellingen samen met KCR terug op hoe ze vanuit cultuur burgerschapsvraagstukken in de klas hebben benaderd. In de aflevering over het gespecialiseerd onderwijs onderzoeken Mytylschool de Brug en Jeugdtheater Hofplein hoe ze met theaterlessen hebben gewerkt aan de autonomie van hun leerlingen. Luister de podcast hier terug.
Wat kun jij doen?
KunstPakt. Ben je klaar om aan de slag te gaan? Kijk of een proeftuin of structurele samenwerking iets voor jouw school of praktijk is. Bekijk wat voor (financiële) opties KunstPakt biedt, of neem contact op met je gebiedsadviseur cultuuronderwijs. Die helpt je op weg met jouw ontwikkelvraag en de koppeling met een passende culturele aanbieder.
Cultuurtraject. Wil je laagdrempelig kennis maken met het aanbod in de stad? Bekijk dan de opties binnen het cultuurtraject. Het aanbod is specifiek afgestemd op het gespecialiseerd onderwijs. Soms zijn het ‘reguliere’ activiteiten met kundige vakdocenten die de juiste expertise hebben om hun lessen hierop aan te passen.
KCR Academie. Wij moedigen scholen en culturele instellingen aan om gewoon aan de slag te gaan, ook als nog niet alle benodigde kennis in huis is. Toch kan de juiste expertise het verschil maken in de lessen. De KCR Academie helpt je op weg. Bekijk bijvoorbeeld de cursus ‘Voor de klas in het gespecialiseerd onderwijs’ voor meer kennis over deze doelgroep, of de specialisatieworkshops Podiumkunsten in het gespecialiseerd onderwijs (waaronder Open Theatre)Li, die in het najaar plaatsvinden. Vragen over het aanbod? Neem contact op met de coördinator van de Academie.
Naar een divers kennisdossier
Dit kernartikel vormt het startpunt van ons publiekelijk toegankelijke kennisdossier over het gespecialiseerd onderwijs. De komende maanden wordt dit verder uitgebouwd met met reflecties vanuit de sector en leerlingen zelf op actuele thematiek binnen het go. Denk hierbij aan vraagstukken rondom inclusief onderwijs of de stem en autonomie van de leerling in diens eigen onderwijs.
Culturele inspiratie
Soms werkt een goed verhaal het beste om voeling te krijgen bij een onderwerp, of het perspectief van leerlingen in het go. We verwijzen je graag naar een aantal verhalen die ons hebben geraakt:
Hors Normes – franse film van de regisseur van cultfilm Intouchables, over twee vrienden die zich inzetten voor neurodivergente kinderen die tussen wal en schip vallen in de samenleving.
Wiren – Surinaamse film over de jonge Wiren, die moeite heeft met horen, en als kind al hard knokt voor gepast onderwijs. Als volwassen man klaagt hij de Surinaamse Staat aan, en eist hij meer rechten voor mensen met een beperking.
Rolstoel Roadmovie – filmmaker Mari Sanders onderzoekt hoe het is om in een rolstoel door Europa te reizen. Lees ook zijn interview over de film.
Joe Speedboot – bestseller van Tommy Wieringa, recent verfilmd door regisseur Sam de Jong, over de vriendschap tussen Fransje Hermans, een jongen in een rolstoel, en de mythische figuur Joe Speedboot.
Lieve Céline – roman van Hanna Bervoets over de 18-jarige, neurodivergente Brooke, die na het overlijden van haar moeder besluit haar levensdoel, het ontmoeten van Céline Dion, achterna te gaan.
Bronnen en verder lezen
- KCR – Impactonderzoek KunstPakt – Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK3)
- KCR en NIVOZ – Podcast Burgerschap door Cultuuronderwijs
- HKU – Open Theatre in speciaal onderwijs
- LKCA – Cultuureducatie in het (v)so
- De Balie – Hoe speciaal mag je zijn in het reguliere onderwijs
- Expertisecentrum Inclusief Onderwijs – Handleiding Inclusief Onderwijs
