Welke leerling mag er overvaren, tussen thuiscultuur, straatcultuur en schoolcultuur? Hoe lastig is dat overvaren soms? Wat kunnen wij, als onderwijs, cultuursector of overheid, doen om dit makkelijker te maken, om niet te blijven hangen in het schipperen, maar bruggen te bouwen? In de KunstPakt lezing nam schrijver Özcan Akyol ons mee in zijn leven als schipper tussen culturen. Vervolgens praatten Sabrina Alhanachi, Patrick Ribeiro en Martine van der Pluijm verder over hoe zij omgaan met schipperende leerlingen in het onderwijs.
Luister de lezing terug via Spotify of Apple Podcasts

Schipperen tussen oevers
Het beeld van een jonge Özcan die met zijn moeder Goede Tijden, Slechte Tijden zit te kijken, het programma voor haar vertaalt en daarbij probeert te verhullen dat er een seksscene aan zit te komen, beklijft na de lezing. Het toont aan hoe bijzonder het is dat een jonge jongen met een biculturele achtergrond zoals Özcan zo bekwaam is in het vertalen naar zijn moeder, maar dat er naast het letterlijke vertalen ook een cultureel vertalen van hem wordt gevraagd. Het is een voorbeeld van meer momenten waarop hij doorkrijgt dat zijn leven een tussenin leven is, dat het schipperen tussen oevers een spier is die hij maar goed moet leren trainen. Zo leerde hij op latere leeftijd ook code-switchen, zijn taal constant aanpassen aan zijn omgeving. Het is een vaardigheid die je als schipper opdoet, maar die je wel moet leren herkennen als vaardigheid, als product van dat leven tussenin. En de beste manier om dat te herkennen is om ermee geconfronteerd te worden, en om het te kunnen ontcijferen, aldus Özcan. Daartoe dienen literatuur en cultuur.
Dat heeft hij zelf mogen inzien. Doordat hij ooit in een politiecel begon met lezen raakte hij verslingerd aan de literatuur. Literatuur bracht hem uit zijn bubbel. Hij leerde zijn omgeving snappen, maar vooral ook zichzelf te begrijpen, en daarmee dus het schipperen waar hij zelf zo vaardig in is geworden. “Het is geen vanzelfsprekendheid dat je in je leven jezelf gaat begrijpen”, zegt hij hierover. Maar het is wel van belang. Hij eindigde zijn lezing met een pleidooi hiervoor; de sleutel tot de wereld, en jezelf, dat is cultuur.

Nagesprek
Theatermaker Patrick Ribeiro en onderwijswetenschappers Sabrina Alhanachi en Martine van der Pluijm gingen vervolgens in gesprek over hoe het onderwijs leerlingen kan helpen met dit schipperen. Alle drie zijn het zelf (ex-) schipperaars, tussen de cultuur thuis en op school, maar ook tussen de straat en de samenleving daarbuiten, of tussen sociaal-economische achtergronden. Hun persoonlijke ervaringen vormden een vruchtbare grond om het gesprek op te bouwen. Ze bespraken hoe je als school de thuiscultuur bij het onderwijs kan betrekken, door bijvoorbeeld in een les over Romeo en Juliet leerlingen te vragen hun eigen culturele achtergrond de klas in te brengen. Hoe kan dit verhaal er ook anders uitzien? Of door ouders van leerlingen te betrekken bij het onderwijs, en zo als team van leerkracht, ouder en kind aan de (taal-)ontwikkeling van het kind te werken.
Botsende waarden
Ook werd de rol van de school in een diverse samenleving besproken. Moderator Hizir Cengiz bracht in dat de school voor hem, als Nederlander met een Turkse migratieachtergrond, juist een plek was waar hij alles van thuis en uit de wijk even achter zich kon laten, en gewoon Hizir kon zijn. Is het niet fijn om een stukje culturele identiteit juist buiten de schooldeuren te laten? Die ervaring verschilt per leerling, maar de panelleden vonden elkaar in de wens dat het belangrijkste zou moeten zijn dat elke leerling zich gezien voelt op school, en dat hun héle identiteit welkom is.
Soms botst het echter wel. De school heeft ook een normerende, pedagogische functie, en wanneer de waarden die een leerling van huis uit meekrijgt in conflict zijn met wat een school uitstraalt, ook wanneer die school juist cultureel responsief wil optreden, kan het ingewikkeld worden. Patrick Ribeiro liet aan de hand van een krachtig voorbeeld van een homofobe opmerking van een leerling zien dat ook hierin vertalen een belangrijke vaardigheid is. Soms gebruiken de leerlingen taalgebruik dat op leerkrachten erg heftig kan overkomen, zoals dat ze iemand zouden ‘vermoorden’, maar dat vanuit de straatcultuur niet letterlijk zo bedoeld is. Voor leerkrachten is het van belang om dus niet gelijk te schrikken van een uitspraak, maar hem te onderzoeken. Om niet altijd gelijk af te gaan op wat een leerling zegt, maar om door te vragen en erachter te komen wat die leerling eigenlijk bedoelt. Vandaaruit kan je vervolgens afwegen hoe je het gesprek over de onderliggende waarden aangaat.

Het programma werd begeleid door twee krachtige nummers van zangeres Roufaida, die zowel in het Engels als het Riffijns zong. Schipperend tussen talen en klanken bleek haar muziek een passende omlijsting voor de beelden die geschetst werden.
Luister de lezing terug via Spotify of Apple Podcasts